Het recht op een erfenis: zoveel steun is er nog voor de legitieme portie
Onderzoek van het WODC laat zien hoe Nederlanders denken over de legitieme portie: wanneer onterving terecht voelt, en waarom brede bescherming van kinderen op steun kan rekenen.
De meeste Nederlanders vinden dat een kind niet buitenspel mag staan bij een erfenis. Ook niet als een ouder dat in een testament heeft vastgelegd. Dat blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Wat vertelt het onderzoek precies?
Wat is een legitieme portie?
Laten we starten bij het begin: wat is een legitieme portie? Het is een wettelijk recht voor kinderen. Een ouder kan een kind in een testament onterven, maar het kind kan dan in veel gevallen alsnog recht hebben op een deel van de waarde van de erfenis.
Dit deel heet de legitieme portie. Het gaat om een bedrag in geld, niet om een recht op spullen uit de nalatenschap. Een onterfd kind kan dus niet zomaar een deel van het huis, de inboedel of een familiebedrijf opeisen.
De hoogte is meestal de helft van wat een kind zonder testament volgens de wet zou ontvangen. Stel dat een ouder drie kinderen heeft en €300.000 nalaat. Zonder testament zou elk kind €100.000 krijgen. Is één kind onterfd, dan kan dat kind in beginsel aanspraak maken op €50.000.
Een kind moet zelf op tijd actie ondernemen. Wie een beroep wil doen op de legitieme portie, moet dit normaal gesproken binnen vijf jaar na het overlijden van de ouder laten weten.
Waarom dit onderzoek?
Al jarenlang bestaat discussie over de vraag of de legitieme portie nog past bij deze tijd. Tegenstanders vinden dat ouders zelf moeten kunnen bepalen aan wie zij hun geld en bezittingen nalaten. Voorstanders vinden dat de band tussen ouder en kind ook na een onterving bescherming verdient.
In 2020 verscheen al een verkennend onderzoek van het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen. Dat onderzoek leidde tot maatschappelijke discussie, Kamervragen en een toezegging van de minister van Justitie en Veiligheid om aanvullend onderzoek te laten doen.
Het WODC, het onafhankelijke onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid, gaf daarom opdracht voor een breder onderzoek. De Rijksuniversiteit Groningen voerde dit uit. Daarbij is niet alleen gekeken naar de wet, maar ook naar de mening van Nederlanders en naar ervaringen uit de praktijk.
Hoe is het onderzocht?
Het onderzoek bestaat uit meerdere onderdelen:
- Een analyse van de Nederlandse regels rond onterven en de legitieme portie.
- Een vergelijking met België, Frankrijk en Duitsland.
- Een representatieve enquête onder 1.522 Nederlanders, uitgevoerd via onderzoeksbureau Verian, eerder Kantar Public.
- Interviews met mensen die zelf ervaring hebben met onterving.
- Gesprekken met notarissen, advocaten, rechters, mediators en estate planners.
- Een expertmeeting waarin de uitkomsten zijn besproken.
Dat maakt het onderzoek breder dan een gewone opiniepeiling. Het laat zien hoe mensen over onterven denken, maar ook welke problemen en spanningen er in gezinnen kunnen ontstaan.
Veel steun voor bescherming
De resultaten laten zien dat volledige afschaffing weinig steun krijgt. Vier op de tien Nederlanders zijn altijd voorstander van behoud van de legitieme portie. Nog eens vier op de tien vinden dat deze bescherming in sommige situaties moet blijven bestaan.
Slechts 19% is in alle gevallen tegen. Dat betekent dat ongeveer 80% niet wil dat de regeling volledig verdwijnt.
Voor veel mensen speelt gelijkheid tussen kinderen een belangrijke rol. Zij vinden het niet alleen belangrijk dat een kind financieel wordt geholpen als dat nodig is. Ook de familieband zelf telt mee. Veel deelnemers vinden dat een kind niet volledig buitenspel mag worden gezet, ook niet wanneer dat kind zelf voldoende inkomen of vermogen heeft.
De reden voor onterving telt
Over de legitieme portie wordt niet in elke situatie hetzelfde gedacht. De reden waarom een ouder een kind onterft, maakt veel verschil.
Veel deelnemers vinden het niet terecht wanneer een kind wordt onterfd zonder heldere reden. Ook een afgekeurde carrièrekeuze of partnerkeuze wordt door veel mensen niet gezien als een goede reden om een kind niets na te laten. Dat geldt ook wanneer ouders moeite hebben met de seksuele geaardheid of relatie van hun kind.
Bij andere situaties is men kritischer. Een kind met een drugsverslaving krijgt minder steun: 52% vond dat dit kind geen aanspraak zou moeten kunnen maken. Bij schulden ligt dat anders. Dan is de weerstand tegen een aanspraak duidelijk lager.
Mensen lijken dus onderscheid te maken tussen geld dat mogelijk verloren gaat door verslaving en financiële problemen waar iemand niet altijd volledig zelf voor heeft gekozen.
Partner en bedrijf beschermen
Ook al is het recht op een legitieme portie breed gedragen, het mag niet de achterblijvende partner in de problemen brengen. Een financiële aanspraak van een onterfd kind mag volgens de meeste respondenten niet direct leiden tot verkoop van de woning of ernstige financiële onzekerheid voor de partner die achterblijft.
De wet biedt hiervoor vaak al bescherming. De betaling kan in bepaalde situaties worden uitgesteld, bijvoorbeeld totdat de langstlevende partner overlijdt.
Ook bij een familiebedrijf zoeken Nederlanders naar een middenweg. Zij willen voorkomen dat een onderneming moet worden verkocht omdat kinderen direct geld opeisen. Tegelijk vinden zij dat kinderen die het bedrijf niet overnemen niet zomaar vergeten mogen worden.
Testament voorkomt geen ruzie
Een testament kan duidelijkheid geven, maar lost niet automatisch alle spanningen op. Vooral bij onterving of een ongelijke verdeling kunnen oude conflicten binnen een familie groter worden.
Nabestaanden kunnen een onterving ervaren als afwijzing of als bewijs dat een broer, zus, nieuwe partner of bekende te veel invloed heeft gehad. Het onderzoek laat zien dat onterving vaak raakt aan veel meer dan geld: het gaat ook over erkenning, loyaliteit en ervaren rechtvaardigheid.
Daarom zijn heldere afspraken en zorgvuldige communicatie belangrijk. Een toelichting op een ongelijke verdeling kan soms begrip geven. Maar zo'n toelichting kan ook pijnlijk zijn, bijvoorbeeld als die wordt ervaren als een laatste verwijt. Wat helpt, verschilt dus per familie.
Bescherming tegen beïnvloeding
Het onderzoek besteedt ook aandacht aan kwetsbare ouderen. Denk aan iemand die op hoge leeftijd een nieuw testament maakt, terwijl een buur, mantelzorger, vriend of nieuwe partner veel invloed lijkt te hebben.
Veel deelnemers vinden dat een testament in zulke situaties beter moet kunnen worden aangevochten. In de enquête was 50% voor een combinatie van behoud van de legitieme portie en de mogelijkheid om een testament te laten vernietigen bij misbruik van omstandigheden. Nog eens 14% wilde geen legitieme portie, maar wel deze mogelijkheid om een testament aan te tasten.
Deskundigen verschillen hierover van mening. Sommigen vinden extra bescherming nodig tegen financieel misbruik. Anderen vrezen dat dit leidt tot meer familieconflicten en rechtszaken.
Wat kunt u met deze inzichten?
Wie een testament wil maken of aanpassen, doet er goed aan niet alleen naar de juridische regels te kijken. Ook de gevolgen voor partners, kinderen en familieverhoudingen verdienen aandacht.
- Denk vooraf na over kinderen uit eerdere relaties, stiefkinderen, nieuwe partners en ongelijke verdeling.
- Bespreek gevoelige keuzes waar mogelijk tijdens leven, in plaats van nabestaanden na een overlijden met verrassingen achter te laten.
- Houd rekening met een kind met schulden, verslaving, een beperking of andere kwetsbare positie.
- Kijk bij een woning of familiebedrijf naar een regeling die financiële druk en gedwongen verkoop voorkomt.
- Laat een onterving, schenking of ongelijke verdeling zorgvuldig vastleggen en bespreek de gevolgen met een notaris.
De centrale les uit het onderzoek is dat nalaten niet alleen gaat over bezit verdelen. Het gaat ook over familiebanden, verwachtingen en het gevoel eerlijk behandeld te worden.
Heeft u vragen over de legitieme portie, onterving of het opstellen van een testament? Neem vrijblijvend contact op met mr. Jan Damstra.